Evolutie Biologie | Toets Evolutie Biologie      

Module 21

 

Cremers, DLJ

18-1-2001

VRAAG 10
In een populatie worden de volgende twee waarnemingen gedaan.
1. Twee allelen, A en a, voor een bepaald locus komen voor met frequenties p en q; die frequenties zijn constant van de ene generatie op de andere.
2. De drie genotypen voor dit locus, aangeduid met AA, Aa en aa, zijn aanwezig met frequenties p2, 2pq en q2.
Om te besluiten of deze populatie in Hardy-Weinberg-evenwicht is:
ANTWOORD:
zijn beide waarnemingen noodzakelijk en voldoende.
zijn beide waarnemingen noodzakelijk maar niet voldoende.
is waarneming 1 noodzakelijk en voldoende.
is waarneming 2 noodzakelijk en voldoende.
HINT:
Selecteer een antwoord en klik verder

Log uit