Evolutie Biologie | Toets Evolutie Biologie      

Module 18.1

 

Cremers, DLJ

31-1-2001

VRAAG 4
Welke aanpassingen in het skelet zijn opgetreden bij de evolutie van het landleven bij de gewervelde dieren?
ANTWOORD:
De schedel werd steviger en onbeweeglijker aan de wervelkolom bevestigd.
Om het evenwicht te bewaren werd de staart naar achteren toe langer.
Er ontwikkelde zich een schouder- en heupgordel waarmee de poten aan de wervelkolom bevestigd werden.
De verbindingen tussen de wervels werden losser zodat de wervelkolom gemakkelijker kon doorbuigen.
HINT:
Goed. De schouder en heupgordel waren cruciaal voor het landleven; door de verbinding tussen poten en wervelkolom kon het skelet werken als een "hangbrug".

Log uit