Evolutie Biologie | Toets Evolutie Biologie      

Module 12.2

 

Cremers, DLJ

19-1-2001

VRAAG 11
M. Eigen (1983) deed evolutie-experimenten in de reageerbuis met RNA moleculen van een virus (Q-bta). Hij bepaalde de condities waaronder een RNA-molecuul zichzelf zo snel mogelijk kon repliceren met behulp van een RNA polymerase-enzym. De optimale grootte van een zichzelf replicerend RNA-molecuul werd hierbij bepaald door:
ANTWOORD:
de grootte van het polymerase-enzym.
de minimale informatie van de RNA-sequentie.
de bindingsaffiniteit van RNA aan het polymerase.
de frequentie van fouten die optreden bij de replicatie.
HINT:
Fout. Binding van RNA aan het polymerase-enzym is slechts de eerste stap; de tweede stap, de werkelijke replicatie, is snelheidsbepalend. Het goede antwoord is d.

Log uit