Wijsgerige vorming voor biologen en biomedici

1. We kiezen voor b, omdat:
- de mensen met diarree meer recht hebben op behandeling. Zij kunnen namelijk niet uit hun onhygiënische situatie komen. Mensen met overgewicht kunnen door veel te bewegen en een streng dieet aan te houden van hun klacht afkomen.
- Het inbrengen van genetisch gemodificeerde bacteriën in het stabiele systeem van ons spijsverteringskanaal is een riskante proef. Het is noodzakelijk meer te weten van de consequenties die dat met zich mee zou kunnen brengen zowel voor de mens als voor zijn omgeving. Daarom is het ook een betere keuze om voor het homeopathische onderzoek te kiezen.
2. Van Vroenhoven vindt dat de klassieke homeopathie gecombineerd kan worden met de reguliere geneeskunde. De Vereniging tegen Kwakzalverij beweert dat homeopathie niet wetenschappelijk is en daarmee als kwakzalverij kan worden bestempeld.
2.2 Een pathogeen werkt genezend in zeer hoge verdunning. Een homeopathisch geneesmiddel is patiënt specifiek. Een ziekte staat nooit op zichzelf, maar moet altijd bekeken als het geheel van klachten dat de patiënt heeft.
2.3 De geneeskunde gaat uit van een werkende stof die de symptomen van het ziektebeeld bestrijdt. In de homeopathie bestaan er geneesmiddelen waar theoretisch geen werkzame stof meer in zit. Dit is een werkelijke tegenstelling.
De geneeskunde gaat uit van een medicijn dat voor de meeste patiënten geschikt is. De homeopathie gaat er van uit dat iedereen een ander medicijn nodig heeft. Dit is een schijnbare tegenstelling, omdat er in de reguliere geneeskunde ook een diversiteit is in medicijnen die de patiënt meerdere mogelijkheden geven als hij niet goed reageert op een bepaald medicijn.
De geneeskunde gaat uit van een specifieke ziekteverwekker die apart staat van de andere symptomen. Dit is een werkelijke tegenstelling.
2.4 Door het inbrengen van een energiepatroon dat lijkt op het energiepatroon van de ziekte, kan de ziekte worden bestreden. Hij onderbouwt zijn verklaring met een theorie van Einstein. Dit argument is moeilijk te onderbouwen met de huidige kennis.
2.5 Door de dynamische en elektromagnetische eigenschappen van water en het zich vormen van kristallen kan het immuunsysteem worden geactiveerd en daarmee de ziekte bestreden.
2.6 Hij heeft geen harde bewijzen voor het verband tussen de dynamische structuur en de genezende werking daarvan.
2.7 De Vereniging tegen Kwakzalverij zegt dat homeopathische middelen niet schadelijk zijn en ze hebben veel respect voor de aandacht en precisie waarmee een homeopaat te werk gaat.
Van Vroenhoven beweerd dat de reguliere geneeskunde bij andere dan chronische ziektes beter werkt dan homeopathie en dat er bij acute ziektes een onderzoek nodig is door zowel de homeopaat als de reguliere arts.
3.1 Minderhoud zegt dat het onderzoek niet goed is en dat Linde partijdig is.
Vanderbroucke zegt dat het onderzoek statistisch gezien wel klopt, maar dat de manier waarop de resultaten zijn verkregen niet juist is en dat waarschijnlijk de standaard voor dergelijk onderzoek niet bestand is tegen subjectiviteit.
Rutten zegt dat de resultaten bewijs leveren voor het verwerpen van de huidige theorieën.
3.2 Linde was objectief. De onderzoeksmethode was niet goed. Onderzoeksresultaten die negatief waren, werden niet gepubliceerd.
3.3 Het argument dat Linde een aanhanger was van de complementaire geneeskunde.
3.4 Het is niet bekend of de achtergrond van Linde het onderzoek heeft beïnvloed. Daar zijn bewijzen voor nodig en zolang die er niet zijn is het argument van Minderhoud niet gerechtvaardigd.
3.5 Hij doelt op homeopatisch onderzoek, maar ook op het reguliere onderzoek, omdat daar vaak ook naar een bepaald resultaat wordt gestreefd.
3.6 Dat de onderzoeksmethode niet deugt. Dit argument geldt niet alleen voor homeopathie maar ook voor de reguliere geneeskunde.
3.7 Ze denken allebei dat Linde niet objectief bezig is. Het verschil in hun standpunt ligt in de uitspraak van Vanderbroucke dat de onderzoeks standaarden niet goed zijn.
3.8 Het is vreemd dat hij verschillende onderzoeksgroepen buiten het uiteindelijke onderzoek laat. Dit maakt de conclusie niet zo betrouwbaar.
4. Wij kiezen nog steeds voor optie b, omdat homeopathie vaak veelbelovende resultaten boekt en in dit geval misschien ook voor een oplossing kan zorgen.
5.1 Wetenschappers vormen het standaardbeeld.
5.2 Als we het Standaardbeeld aanvaarden, dan sluiten we subjectieve en intuïtieve uitspraken uit.
5.3 Regelstellend, omdat het met zich mee brengt dat je objectief moet zijn en logisch moet kunnen redeneren.
5.4 Alle stappen in de empirische cyclus moeten kunnen worden herleid in objectieve waarnemingen. De theorie moet empirisch getest kunnen worden.
5.5 Het verschil is dat de verschijnselen die door de wetten kunnen worden beschreven rechtstreeks kunnen worden waargenomen. Bij de theorie word een dieper liggende onderlinge samenhang tussen de wetten beschreven.
5.6 De waarnemingen worden gedaan om de theorie te testen. Als de theorie de waarnemingen bepaald, is testen niet mogelijk.
5.7 Objectiviteit is dat je de theorieën toetst aan de hand van logische redenering en empirische feiten waarneming.
6.1 Een waarneming is altijd theorie geladen. Een theorie is wetenschappelijk als die falsifieerbaar is.
6.2 Volgens Popper is een theoriegeladen waarneming elke waarneming, omdat die niet kan worden gemaakt zonder vooraf te zijn ingedeeld in een bepaald gedachteraamwerk
6.3 Door falsificatie kan je theorieën verwerpen die niet rationeel zijn.
6.4 Falsificatie versus confirmatie
6.5 Objectieve kennis is het totaalbeeld van alle subjectieve waarnemingen bij elkaar. Dit komt niet overeen met de objectieve kennis van het Standaardbeeld.
6.6 Als een theorie gedurende een lange tijd niet is gefalsificeerd, dan kan die worden aangenomen als basis voor verder onderzoek tot er een falsificatie van de theorie optreed. Het Standaardbeeld stelt dat een theorie als waar kan worden aangenomen en worden gebruikt als een onwrikbaar fundament voor verder onderzoek.
6.7 Nee, een theorie kan hoogstens niet worden gefalsificeerd.
6.8 De ideeën van Popper zijn regelstellend, omdat ze aangeven hoe onderzoek plaats hoort te vinden.
7.1 Ja, want de nulhypothese van Linde is falsificeerbaar.
7.2 Popper zou dit een normale situatie vinden. Hij zou voorstellen de conclusies te falsificeren. Dit is niet wat Vanderbroucke zou voorstellen, omdat hij stelt dat de wetenschappers gewoon objectief moeten zijn.
7.3 Hij is er in geslaagd de theorie dat homeopathische middelen een gelijke werking hebben als placebo's te falsificeren. Hij werkt dus via Poppers kritische rationalisme.
7.4 Ja, de theorie was dat homeopathische middelen dezelfde werking hebben als placebo's. De uitslag was dat deze theorie werd verworpen.
8.1 Beschrijvend, omdat hij uitlegt hoe de wetenschap werkt en niet hoe de wetenschap hoort te werken.
8.2 Nee. Hij geeft geen duidelijk beeld van wat hij wetenschap vindt.
8.3 Het is irrationeel in de overgangsfase, omdat men dan niet rationeel van het ene naar het andere paradigma kan overstappen.
Het is rationeel, omdat men het oude paradigma niet bij elke anomalie weggooit. Als dat wel zo zou zijn, dan was er geen sprake van wetenschappelijke ontwikkeling.
8.4 Het is een theoretisch begrip, omdat het paradigma een stelsel is van theorieën. 8.5 Het is een groep wetenschappers die een bepaalde wetenschappelijke discipline bemant. De leden van de groep hebben allen een soortgelijke scholing genoten. In die scholing hebben zij geleerd hoe zij goed in die groep kunnen meedraaien en dank zij een gemeenschappelijke kennisvoorraad spreken zij in hoge mate dezelfde, gespecialiseerde vaktaal. Dit betekent dat zij op heel precieze wijze over vraagstukken uit hun vak kunnen communiceren en dat over zulke kwesties veelal ook gemakkelijk overeenstemming in de groep kan worden bereikt. De groep is een soort forum dat alle ontwikkelingen op het gebied van het paradigma bespreekt.
8.6 Het is verstandig en noodzakelijk om in het raamwerk te werken, zeker in het begin, omdat er anders niet genoeg gegevens zijn om te kunnen werken buiten dat raamwerk. Ook als je binnen een bepaald paradigma blijft, is er zo enorm veel uit te zoeken dat maar weinig mensen in staat zijn om daar buiten nog onderzoek te doen.
Het maakt de wetenschappers wel kortzichtig, omdat ze genoodzaakt zijn binnen een bepaald veld te blijven werken, zonder te zien wat daar buiten gebeurt.
8.7 Kuhn veroordeelt het dogmatisme niet.
9.1 De punten nagaand:
Er is sprake van ten minste een anomalie, namelijk dat homeopathische geneesmiddelen werken.
Er zijn centrale theorieen in de medische wetenschappen die zich ruimschoots bewezen hebben die als het oude paradigma kunne worden aangeduid. In de homeopathie bestaat nog onduidelijkheid over de werkzaamheid van de middelen en een tekort aan theoretische verklaringen.
Er bestaat een begripskloof tussen de beide partijen, namelijk over de effecten van water en andere oplossingsmiddelen op de gezondheid van mensen.
Er is sprake van twee denkwerelden, omdat de wetenschappers van beide kampen het fundamenteel met elkaar oneens zijn, zelfs als ze beschikken over duidelijk bewijs voor het gelijk van de ander.
De beide kampen staan dogmatisch voor hun eigen standpunt.
Er is sprake van psychologische factoren, vooral bij het kamp van de reguliere geneeskunde, omdat die bang is dat de fundamenten van haar onderzoek verloren gaat.
Conclusie: het is geen paradigmastrijd, omdat er geen sprake is van een centrale concurrerende theorie en dat de fundamenten van het bestaande paradigma niet noodzakelijk moeten wijken door de nieuwe anomalieën. Bij de homeopaten wordt uitgegaan van een verdunde ziekteverwekker als medicijn. Dit staat in de wereld van de reguliere geneeskunde bekend als beschermende vaccinatie.
9.2 Het nieuwe paradigma moet zich eerst bewijzen, daarna kan het pas worden geaccepteerd. Misschien lukt het niet om voldoende bewijzen te vinden en dan wordt het paradigma niet aangenomen.
9.3 Het onderzoeksresultaat van Linde is voorlopig een anomalie (het kan nu nog niet worden verklaard met de bestaande theorieën). Zo een anomalie wordt tijdelijk ter zijde gelegd om later, als er nieuwe theorieën zijn, te worden gebruikt.
Nu worden de resultaten van Linde nog niet ter zijde geschoven, omdat ze nog te zeer in de aandacht van de wetenschap staan. Later kan deze anomalie als nog weg worden gestopt.
10.1 Popper zou zeggen dat er binnen de wetenschap geen relativisme plaats mag vinden. Zijn reden daarvoor is de bedreiging die uitgaat van concurrerende visies. Als elke mening evenveel waard is, dan tellen de concurrenten volledig mee. We zijn het er niet helemaal mee eens, omdat de wetenschap in het geval dat iedereen dezelfde denkbeelden steunt een beperkt beeld van de waarheid krijgt.
10.2 Het hoeft helemaal niet zo te zijn dat iedereen het met elkaar eens is door de argumenten van de ander. Iedereen mag zijn eigen mening hebben en dat maakt ook dat onze wetenschap op zo een hoog niveau staat.
10.3 Poppers positie is het meest verwant aan onze opvatting over hoe wetenschap moet werken, omdat falsificatie volgens ons de beste mannier is om achter de waarheid te komen. Wij vinden dat de paradigma opvatting de meest overtuigende is, omdat die het dichtst bij de werkelijke handelingswijze van de wetenschappers ligt.
11 Wij zijn nog steeds voor de homeopathische test, omdat wij vinden dat het nu wel nodig is om ook eens een homeopathisch middel de kans te geven om mensen te genezen. Als uit het onderzoek blijkt dat de homeopathische middelen werken, betekent dit dat er een nieuwe ontwikkeling op gang kan komen, met als resultaat nieuwe medicijnen.
12 Er zijn geen veranderingen opgetreden in onze opvattingen. De reden daarvoor is dat de artikelen overwegend pro homeopathisch zijn. De kritische artikelen brachten geen sterke tegen argumenten naar voren. Ze waren wel relevant voor onze keuze. Maar ondanks dat ze veel uitleggen over de basis van de homeopathie, geven ze niet duidelijk weer wat de voor en de nadelen van het eerste onderzoek zijn.