Tentamen Parasitologie 2002

1. Wat betekent continue discontinue trasmissie ? Geef voorbeelden. Wat betekent een directe/ indirecte levenscyclus? Geef voorbeelden.

2. Hoe vindt aanhechting aan de darmwand plaats bij Protozoa? Noem de manier en het orgaan dat daarvoor gebruikt wordt. Noem ook twee voorbeelden bij wormen (manier + orgaan)

3. Noem de groepen waar veel parasitaire organismen in voorkomen. Geef een rede waarom er zo veel van voorkomen in die groep.

4. Hoe werkt innate immunity? Wat voor signalen geeft het af? Wat voor soort adaptive immunity geeft een parasitaire infectie?

5. Leismania: waardoor ontstaat het, wat voor symptomen geeft het, waardoor is het mogelijk dat nu de vector niet meer nodig is voor de verspreiding?

6. Wat is R0? R0 is 50 bereken aan de hand van een hier gegeven formule (hier helaas niet aanwezig) welk deel van de parasiet moet verdwijnen om voor stop in de voortplanting te zorgen. Waarom zijn muggenetten een betere optie. Leg zit uit aan de hand van de formule.

7. Wat is aggregatie? Waarom treedt het op? Wat zijn de voordelen van aggregatie?