Tentamen Medische Microbiologie voor Bio-medische Wetenschappen 2001

1. Beschrijf het commensalisme als vorm van de symbiose en
A noem 2 voorbeelden van commensalisme
B in welke omstandigheden kan commensalisme parasitisme worden?

2. Beschrijf de infectie route van Schigella in de dikke darm (niet ingaan op de moleculaire basis van de infectie)

3. Wat zijn acute-fase eiwitten (acute fase-respons)?
a noem 2 van deze eiwitten

B Wat zijn de lichaamsreacties tengevolge van deze eiwitten

4. Wat verstaat men onder oxidative killing?
A noem 2 stoffen in fagocyten die betrokken zijn bij de niet oxidatieve killing
B Noem 2 bacteriële componenten (behalve kapsel) die interfereren met de anti-microbiele werking van de fagocyten

5 Beschrijf de werkingsmechanismen van het antibioticum tetracycline en waarom werkt de combinatie van dit antibioticum met beta-lactam antibioticum antagonistisch?

6 Wat wordt verstaan onder tandplak?
A Wat is het belangrijkste bestanddeel van tandplak?
B Welk enzym is betrokken bij de productie van tandplak

7 Uit welke drie componenten bestaat LPS? Welk deel is toxisch? Via welke gastheercomponenten effectueert LPS zijn toxische werking (noem er twee)

8 Wat is de functie van de Long Terminal Repeat (LTR) aan beide uiteinden van het provirus?

9 Noem 4 genetische factoren in de gastheer die de infectiegevoeligheid beïnvloeden.

10 Beschrijf kort het verloop van een infectie na aankomst in een lymfknoop

11 Een mechanisme voor persistentie is antigene variatie. Wat betekent dit en waarom levert dit problemen op voor het immuunsysteem?

12 Waar bevindt zich het RES systeem? Welke 4 routes kunnen micro-organismen volgen in de nabijheid van dit systeem b.v. in de lever?

Mogelijke antwoorden op sommige vragen. De antwoorden zijn niet nagekeken en kunnen dus fout zijn!!!

1 Commensalisme is een vorm van symbiose waarin een organisme profiteert van het andere, maar waarbij de gastheer geen schade oploopt
a Bacteriën die op de huid van de mens leven zoals:
-Staphylococcis epidermidis
-Proprionibacterium acnes
Darm bacteriën

B als de gastheer sterk verzwakt is of als er mutaties optreden kan het commensalisme overgaan in parasitisme

2 Shigella komt de dikke darm binnen door de mucosa via M cellen in follicle-associated epithelia zonder de M cellen te doden. Het darm epitheel wordt dan door de basolaterale membranen geïnfecteerd. Dit doen ze door een afweerreactie op gang te zetten (IL-8, TNF alfa). Hierdoor wordt het epitheel instabiel en laat de bacteriën door tot de basolaterale membranen waar verdere infectie optreed.

3 Als de ontsteking zich verder uitbreid, dan wordt die gemoduleerd door een vergrootte afgifte van corticosteroid hormonen. Maar daarnaast ontstaat een algemene metabolische reactie in het lichaam. Dit wordt de acute fase respons genoemd. Hierbij komen ongeveer 30 eiwitten vrij die door de lever worden gevormd. Onder deze eiwitten zitten ondermeer: C-reactive eiwitten, serum amyloid eiwitten, mannose-binden eiwitten, globulines, proteaze-inhibitoren en figrinogeen. Dit zijn de acute fase eiwitten.

B Deze eiwitten verbeteren de complement, opsonizeren en inhiberen bacteriele proteasen. De sedimentatie ratio van erythrocyten verhoogt, de patiënt krijgt hoofdpijn, pijn in de spieren, koorts, anemie en eiwitten in de spieren worden afgebroken.

4 Het doden via zuurstofradicalen
a Stoffen die niet betrokken zijn bij het niet-oxidative killing zijn lactoferrin, lysozyme, BPI en vitamine B12-bindende eiwitten.

B Streptolysin (doodt de fagocyt), capsule (voorkomt phagocytose), LF (lethal factor van tripartite toxinr doodt de phagocyt)…

5 Tetracycline legt de eiwitsynthese in de bacteriën plat, waardoor ze niet kunnen groeien. Beta-lactam antibioticum vernielt de zich vormende celwand. Als tetracycline actief is, zijn er geen actieve processen in de cel waar beta-lactam op aan kan grijpen waardoor er geen werking van het antibioticum optreedt.

6 Tandplak is een dichte massa van bacteriën, die zijn ingebed in een extracellulaire matrix (opgebouwd uit bacteriële producten, producten uit het serum, speeksel en ander organisch materiaal) in de mond.

a. bacteriële producten, producten uit het serum, speeksel en ander organisch materiaal en EPS. Voorbeelden van bacterien zijn: S. oralis, S. gordonii.
b. Glucosyl-transferase (GTF) in het EPS.