Daniel Cremers
Malaria en Glucose-6-Fosfaat Dehydrogenase Deficiëntie
Malaria behoort met ongeveer twee miljoen sterfgevallen per jaar tot de
meest voorkomende dodelijke ziekten. Ze komt vooral voor in Afrika, het
zuidelijk deel van Azië en in het Middellandse-Zeegebied. Voor de komst van
de Spanjaarden kwam ze in Zuid-Amerika niet voor, misschien doordat de
indianen beschermd waren doordat ze kinine aten dat in de schors van de
Cinchona boom zit. De Jezuïten voerden deze stof mee naar Europa, waardoor
veel mensen tegen malaria beschermd konden worden. De Nederlanders gingen
rond 1850 op grote schaal Cinchona bomen verbouwen op Java en vormden een
monopolie op de kinineproductie.
In 1943 lukte de synthese van het 4-amino-quinoline Chloroquine, dat beter
werkte dan gewone kinine. Verdere ontwikkelingen hebben geleid tot de
productie van nog betere medicijnen die van kinine zijn afgeleid, zoals
Primaquine dat bij voorkeur wordt gebruikt bij de bestrijding van de
gevaarlijkste vorm van malaria: de ziekte die wordt veroorzaakt door
Plasmodium falciparum. De medicijnen die van kinine werden afgeleid werkten
goed, maar bij veel mensen hadden ze ernstige bijwerkingen. Bij het zoeken
naar de oorzaak van de anemie die optrad, ontdekte men dat sommige mensen,
vooral mannen, een tekort hadden aan Glucose-6-Fosfaat Dehydrogenase (G6PD).
Epidemiologisch onderzoek wees uit, dat bijna een half miljard mensen G6PD
deficiënt zijn en dat deze afwijking vooral voorkomt in gebieden waar veel
malaria voorkomt. G6PD deficiëntie is een recessief kenmerk dat bij
pasgeborenen geelzucht veroorzaakt. Bloedarmoede wordt niet alleen
veroorzaakt door van kinine afgeleide malariamedicijnen, maar ook door het
eten van favabonen en ander voedsel met sterke oxidanten.
Vooral Primaquine is gevaarlijk bij G6PD deficiëntie omdat het
waterstofperoxide vormt en daardoor de membraan van rode bloedlichaampjes
aantast. G6PD is namelijk een enzym dat Glucose-6-Fosfaat omzet in NADPH,
CO2 en Ribulose-5-Fosfaat en daarmee de weg opent naar de Pentose Fosfaat
Route, een soort regelkring die parallel loopt aan de glucolyse. De
bijwerkingen treden vooral op bij gebruik van Primaquine, maar patiënten die
de eerste dosis van een dergelijk medicijn doorstaan, verdragen volgende
doses veel beter. (Voet, Voet & Pratt: 423)
NADPH heeft drie belangrijke functies (Baynes & Dominiczak: 126):
1. het leidt de biosynthese van vetzuren en cholesterol in;
2. detoxificatie;
3. bescherming tegen oxidanten.
De verdediging van de cel tegen superoxiden en waterstofperoxide (dat door
Primaquine wordt gevormd) gebeurt door NADPH rechtstreeks en indirect door
reductie van glutathione. (Baynes & Dominiczak: 137)
G6PD deficiëntie wil niet zeggen dat er helemaal geen G6PD in de cel zit,
maar dat het enzym niet goed genoeg werkt. In 1998 waren er bijna 100
verschillende vormen van deficiënt G6PD bekend. Geen enkele vorm bleek
volledig inactief te zijn en dat wijst erop dat G6PD onmisbaar is. Dat geldt
vooral voor de rode bloedlichaampjes die geen celkern hebben en dus geen
nieuwe enzymen kunnen vormen om defecte te vervangen. Veel defecte vormen
van G6PD werken maar heel even en dat verklaart waardoor de optredende
anemie vaak vanzelf over gaat. Toename van het aantal dode rode
bloedlichaampjes leidt immers tot versterkte aanmaak van nieuwe en die
kunnen wel NADPH vormen en zo oxidatie voorkomen. (Lica)
Verder onderzoek naar G6PD deficiëntie heeft bevestigd dat het een
genetische afwijking aan het X-chromosoom in de G6PD locus op positie Xq28
is. Er zijn ongeveer 300 verschillende vormen van G6PD deficiëntie bekend.
De meeste zijn ontstaan door mutatie van slechts een base paar. (Carter)
Hoewel al sinds de jaren 50 onderzoek naar de biochemische, biologische en
genetische eigenschappen van het enzym wordt gedaan, blijft het moeilijk te
bestuderen omdat het erg lastig is genoeg ervan te zuiveren. (Nalbandyan)
Zeer gedetailleerde informatie over het enzym is te vinden in SWISS-PROT,
waar G6PD te vinden is onder code P11413. Daar wordt over de ziekte die een
G6PD deficiëntie veroorzaakt gezegd:
"De rode bloedlichaampjes (.) neigen ertoe hemolyse te ondergaan
(hemoglobine te verliezen doordat het membraan is beschadigd). G6PD
deficiëntie gaat samen met hemolytische anemie in twee verschillende
gevallen. Ten eerste hebben G6PD deficiënte allelen een grote frequentie
bereikt (1% tot 50%) in gebieden waar malaria endemisch is en lopen
deficiënte personen groot risico op acute hemolytische aanvallen, hoewel ze
in stabiele toestand in wezen geen symptomen hebben. Ten tweede komen
zeldzame vormen van G6PD deficiëntie in zeer lage frequenties voor, maar die
hebben gewoonlijk een ernstiger fenotype, namelijk Chronische
Niet-Sferocytische Hemolytische Anemie (CNSHA)."
G6PD deficiëntie is dus een ernstige aandoening en daarom lijkt het vreemd
dat ze zo vaak voorkomt. Het is zelfs de meest voorkomende genetische enzym
deficiëntie. De geografische spreiding van G6PD deficiëntie doet vermoeden
dat deze afwijking samenhangt met het gevaar van tropische ziekten als
malaria en sikkelcel ziekte. Onder Zuid-Amerikaanse indianen komt ze
helemaal niet voor; in Scandinavië is minder dan een promille van de
bevolking G6PD deficiënt, maar onder Koerdische mannen ongeveer de helft. Er
blijkt inderdaad een genetisch voordeel te zijn met betrekking tot malaria.
Heterozygote vrouwen zijn beter resistent voor de ziekte. Bloedlichaampjes
met het recessieve enzym zouden de verspreiding of ontwikkeling van de
parasiet in een bepaald stadium kunnen tegengaan, terwijl die met het
dominante (intacte) enzym bescherming tegen hemolytische anemie zouden
kunnen bieden.
(Lica; Carter; Munter; Voet, Voet & Pratt: 423)