Herkansing Immunologie 4 april 2002:
 
1a.Leg uit, MHC polymorphisme en polygenie.
1b. Wat is het belang van een goede immuunrespons die door de MHC moleculen via polygenie en polymorphisme gereguleerd worden?
 
2a. Leg uit hoe binding aan een antigen receptor tot gen transcriptie kan leiden.
2b. Welke transmembraan eiwitten zijn hiervoor essentieel in B-cellen en welke in T-cellen? Middels welke motieven wordt dit signaal doorgegeven?
 
3a. Wat is een plasmacellulaire reactie?
3b. Wat is het verschil tussen innate en adaptieve immuniteit? Noem bij beide twee celtypen.
 
4a. Bespreek kort de hoofdfunctie van de lymfeklier.
4b. Welke celtypen zijn in welke gedeelten te vinden en wat is hun functie aldaar?
 
5a. Noem twee antigen presenterende celsoorten naast de dendritische cel (DC).
5b. Wat maakt de DC de antigenpresenterende cel bij uitstek?
 
6. Bespreek kort de aanmaak (waar, groeifactor), de levensduur en de functie van de neutrofiele granulocyt. Wat is het specifieke chemoattractant voor deze cel?
 
7. Noem vier mechanismen die bijdragen aan de diversiteit van het B-cel repertoire. Geef aan welke van deze mechanismen antigen afhankelijk zijn.
 
8. Wat is affiniteitsmaturatie en waarvoor dient het? Welke lymphoide cel speelt een belangrijke rol in dit proces?
 
9 en 10 waren vragen over de artikelen in het betreffende college dictaat.
 

Gekregen van: Anoniem 044KBVU