Moleculaire Biologie: opdracht over Genetisch Gemodificeerde Organismen
(GGO's)
Auteur: Daniel Cremers
Studenten nummer: 1235532
Positieve gevolgen die gepaard gaan met het produceren en gebruiken
van genetisch gemodificeerde organismen (hier planten) zijn er naar
mijn mening helemaal niet. Het is wel leuk om eens een keer een blauwe
of paarse roos te maken. Dat is ook nog wel aanvaardbaar als de roos
maar niet gevaarlijk is voor de mens en de natuur. Maar een voordeel
voor de economie en de hongerbestrijding in de arme landen: dat is allemaal
maar bedrog. Planten die nu op aarde groeien volstaan perfect aan onze
behoeften en zetten een duidelijke drempel neer, die de mensen belet
om in overdreven proporties te gaan reproduceren. De wereldbevolking
is groot genoeg en een limiet in de voedselproductie hoort er gewoon
bij. Als er meer mensen zijn, dan ontstaan er meer oorlogen en die zijn
nog minder prettig dan voedselgebrek.
De gezondheid van de mensen op aarde zal er ook niet door verbeteren,
want als er eenmaal al een monopolie bestaat (en dat is makkelijk te
behalen als het gaat om zulke gecompliceerde processen), dan wordt de
prijs opgeschroefd. De zaadhandelaren die het oude zaad produceerden
zijn dan al failliet en de arme boeren worden nog armer. Doordat de
prijs van het voedsel hierdoor niet naar verhouding zal stijgen (daar
zorgen de verkopers voor), zal de beschikbaarheid van het voedsel dalen.
Als de productie daalt en de prijs stijgt dan zitten we precies weer
met dezelfde problemen, alleen dan ook nog met een nog geringere beschikbaarheid
van voedsel voor de armen waar het allemaal om ging!
Dat zulke vooruitzichten goed mogelijk zijn, kan je makkelijk afleiden
uit het feit dat zo goed als alle "gezondheid bevorderende"
producten vooral weerslag hebben op de Europese en Amerikaanse bevolking
en helemaal niet bij duizenden mensen zonder geld komen. Kijk maar naar
de HIV remmers. Die worden in Europa voluit gebruikt omdat hier zulke
voorzieningen zijn als gezondheidsverzekeringen, staatsfinanciering
en hoge lonen. Maar in een land waar de mensen in een week evenveel
verdienen als het medicijn kost, kunnen ze daar natuurlijk niet aan
denken. Dit komt vooral door het feit dat de medicijnen in de rijke
landen zijn ontwikkeld en ook hier worden geproduceerd. Om de productiekosten
er uit te halen, moet er dan ook een bepaalde prijs aan het product
worden verbonden.
Wat gebeurt er nu als we geen genetisch gemodificeerde gewassen op
de markt brengen? Zal dat leiden tot de dood en het lijden van miljoenen
mensen? Mijn antwoord daarop is: ja. Natuurlijk zullen er miljoenen
mensen dood gaan en natuurlijk zullen ook miljoenen mensen lijden. Dit
is namelijk ook het geval bij het op de markt brengen van genetisch
gemodificeerde gewassen. Er zal namelijk altijd een omslagpunt blijven,
waarbij de menselijke bevolking niet meer kan blijven groeien. Bovendien
is het zo dat wij mensen niet zo altruïstisch zijn, waadoor er
grote ongelijkheid op de wereld zal blijven bestaan. Neem de situatie
maar eens zoals die nu bestaat. Hier leven wij tamelijk rijk. We kunnen
voedsel weggooien en niemand heeft daar last van. Af en toe gooien wij
wat restanten naar de derde wereld landen, maar van een eerlijke verdeling
van welvaart is lang geen sprake. Als wij voor een goede verdeling van
de welvaart zouden zorgen, dan zou de algemene gezondheid van de wereldbevolking
vele malen beter worden dan door de invoering van genetisch gemodificeerde
gewassen. Ik vind daarom ook dat we voor die eerlijke verdeling moeten
zorgen en als we dat eenmaal kunnen moeten denken aan andere middelen
(als die nodig mochten zijn!)
De omstandigheden die ik hier heb geschetst zijn echter voor het grootste
deel over niet al te lange tijd niet meer van toepassing.
Bij een verbeterde ruimtevaarttechniek word het straks mogelijk om andere
planeten te bevolken. En dan is het juist wel noodzakelijk om gemodificeerde
planten te maken, omdat onze planten daar niet kunnen groeien. Op Mars
zouden bijvoorbeeld planten nodig zijn die tegen extreme temperaturen
kunnen en vooral groeien op ijzerverbindingen.
Aangezien die toekomst al zo dichtbij komt, is het nodig de biotechnologie
een duwtje in de rug te geven. Alleen, dan zitten we met een probleem:
waar moeten de experimenten worden uitgevoerd? Elke plek die je maar
zou kunnen bedenken is risicovol. Door stuifmeel is binnen de kortste
tijd een groot gebied rondom het testveld "besmet". Aan zoiets
kan je simpelweg niets doen. Mensen werken te onnauwkeurig om voor 100%
veiligheid te zorgen.
Experimenten met betrekking tot genetisch onderzoek en andere risicovolle
experimenten zoals nucleair onderzoek moeten naar mijn mening zo spoedig
mogelijk naar een aparte plek worden overgebracht. Het liefst zou ik
dergelijk onderzoek op andere planeten zien. Dan hebben wij er geen
(of nauwelijks) last van en kunnen de wetenschappers ongestoord hun
werk voortzetten, zonder dat ze telkens door milieugroeperingen op de
vingers worden getikt. Er zou een laboratorium kunnen worden gevormd
dat alleen aan de wetenschappelijke normen en waarden gebonden is. Hieruit
zouden dan hopelijk snel de antwoorden komen die leiden tot het leefbaar
maken van honderden planeten in en buiten ons zonnestelsel.
Aangezien de techniek nu nog niet volstaat om een compleet laboratorium
voor een lage prijs te bouwen op bijvoorbeeld de maan of Mars, vind
ik dat het genetisch onderzoek (dat natuurlijk niet mag worden gestopt)
een iets veiligere richting in moet gaan, namelijk de mens. Wij mannen
verspreiden namelijk onze zaadcellen niet door de lucht en een onvoorzien
slippertje kan door niet al te ingewikkeld onderzoek worden opgespoord
(mensen kunnen namelijk onderling communiceren).
Wij zelf hebben namelijk ook nieuwe eigenschappen nodig om buiten de
aarde te kunnen leven.
Als het echt nodig is om onderzoek te doen met planten op aarde, moet
er aan de strengste veiligheidseisen worden voldaan. Het onderzoek moet
dan verplaatst worden naar grote ondergrondse bunkers. De enige uitgangen
van de bunker moeten een inwaartse luchtstroom hebben en het luchtluik
dat voor de ventilatie zorgt, moet een dubbele beveiliging hebben: ten
eerste een geavanceerd filtersysteem dat zo goed als alle organische
deeltjes uit de lucht haalt en ten tweede een hoge, nauwe schoorsteen
die aan de binnenkant gevoerd is met plakkerige watten.
Daarnaast moet deze bunker staan in een gebied waar de testplanten niet
groeien (de Nederlandse graslanden zijn daar uitermate geschikt voor).
En de wetenschappers die in de bunker werken, moeten in een apart dorpje
wonen waardoor ze zelf niet voor de verspreiding zorgen. Als de wetenschappers
ergens anders naartoe willen gaan (buiten het testgebied, dan moeten
ze eerst door een installatie die ze van mogelijk aanwezige organische
deeltjes ontdoet.
Dit alles kan wel sterk overdreven lijken, maar vergeet niet dat soortgelijk
onderzoek met risico stoffen nu al zo wordt gedaan.
Op het moment is er nog een ontwikkeling op gang. In andere landen
is het experimenteren met GGO's sterk voortgezet. Er worden overal proefvelden
aangelegd en daar worden in grote hoeveelheden de genetisch gemodificeerde
gewassen op verbouwd. Om eens een voorbeeld te geven van hoe veel dit
er zijn, kan ik verwijzen naar een statistiek die in het "Bionieuws"
(8 december 2001 blz. 7) stond vermeld. Hierin staat dat er in totaal
tegen de 100*106 hectare grond word gebruikt voor het verbouwen van
soja. Het schokkende is dat daarvan wereldwijd 258*105 hectare grond
word gebruikt voor het telen van transgene soja planten! Als we nu aannemen
dat die planten niet van de buitenwereld zijn afgeschermd, dan is het
goed mogelijk dat het grootste deel van de niet transgene planten nu
transgeen is. Dat dit goed mogelijk is, kan worden afgelezen aan een
bericht in "Nature" van 29 november 2001. Hierin staat dat
het overspringen van genen uit transgene maïs naar inheemse maïsvarianten
veel voor komt en dat het verhuisde DNA zich stabiel overerfbaar nestelt
in de nieuwe gastheer.
In Nederland zijn er weinig velden met transgene gewassen. In andere
landen zijn dat er erg veel. De kans dat Nederlandse gewassen worden
"besmet" met transgene genen van proefvelden van binnen en
buitenland is tamelijk groot.
Dit is een somber feit. Het houdt ook in dat de huidige debatten misschien
al helemaal te laat zijn. Over niet al te lange tijd kan men waarschijnlijk
bij sommige plantensoorten spreken over transgene of wilde varianten.
Er zullen dan uitsluitend transgene soorten bestaan.
Wat het ouderwetse kruisen van planten met als resultaat een nieuwe
soort betreft: deze manier van modificatie kan even gevaarlijk zijn
als genetische modificatie. Al is het wat moeilijker om een eigenschap
van een vlieg via kruising in een tulp te krijgen: door gewoon kruisen
zijn onder meer de mensen ontstaan en kijk eens wat die voor schade
hebben aangericht!
Het ouderwetse kruisen moet daarom ook beperkt worden. Kruisingen die
gevaarlijk kunnen zijn voor mens en natuur moeten worden verboden.
Helaas wordt zo een verbod, zowel op ouderwets kruisen als genetische
modificatie, niet altijd nageleefd. Als er een verbod op komt, dan gaat
het onderzoek de stille gangetjes in. Daarom moeten we maar hopen dat
er tussen nu en de opening van het eerste buitenaardse laboratorium
geen organismen ontstaan die voor een totale vernietiging van al het
leven op aarde zorgen.
Op het argument van sommige verenigingen, dat wij mensen de rol van
God aan het overnemen zijn, kan ik een duidelijk antwoord geven. Als
God ons geschapen heeft, houdt dat in, dat hij zijn taak deels naar
ons heeft geschoven. Het is dus onze heilige plicht om te doen waar
wij voor geschapen zijn. Het onderdrukken van onze gaven kan dan ook
worden gezien als een zonde!
Misschien heeft onze schepping wel een duidelijke reden gehad en is
het onze taak om heerser te worden over de natuur en de ons omringende
kosmos. Laten we daarom niet tegen het lot en de wil van God ingaan
en doen waar wij voor zijn ontstaan.
Bronnen:
Internetpagina's van:
Green Peace
De vereniging van bezorgde wetenschappers
Nasa
Andere bronnen:
Brieven van:
het Nederlandse Platform voor Beter Voedsel
de Vrienden van de Natuur
Tijdschriften:
Nature (29 november 2001)
Bionieuws (8 december 2001)
|