BB oefenfragen Medische Biochemie voor Biologen 2002

Oefenvragen 1

Question: 2D-PAGE is een electroforetische scheidingsmethoden van eiwitten waarbij eerst op basis van moleculair gewicht en daarna op basis van isoelectrische punt wordt gescheiden.

Correct answer: False

Question: Massaspectrometrie door middel van MALDI maakt gebruik van electron-spray.

Correct answer: False

Question: Albumine is een transporteiwit voor hydrofiele verbindingen.
Correct answer: False

Question: Behandeling van een eiwit met een detergens verstoort de primaire structuur van dat eiwit.

Correct answer: False

Question: SDS-PAGE is ongeschikt om het absolute molecuulgewicht van een eiwit vast te stellen.

Correct answer: True

Question: Een waterstofbrug is een covalente binding tussen een H en een O atoom.

Correct answer: False

Question: HPLC is zeer geschikt voor de isolatie van grote hoeveelheden van een eiwit.

Correct answer: False

Question: Het isoelectrische punt van een eiwit wordt bepaald door de aminozuur samenstelling.

Correct answer: True

Question: Acute-fase eiwitten komen alleen tijdens ontstekingen in het bloedplasma voor.

Correct answer: False

Question: In het plasma komen geen glycoprote´nen voor.

Correct answer: False

Oefenvragen 2

Question: Gefaciliteerde diffusie is verzadigbaar, ôsimpeleö diffusie niet.
Correct answer: True

Question: De glucose transporteurs van de lever en skeletspiercellen verschillen in kinetische eigenschappen van elkaar.
Correct answer: True

Question: Mitochondriale eiwitten die gecodeerd worden door nucleaire genen bereiken de mitochondria via poorten in de mitochondriale buitenmembraan.

Correct answer: True

Question: Een G-prote´ne kan in een permanent geactiveerde vorm worden omgezet door remming van zijn intrensieke GTPase activiteit.
Correct answer: True

Question: In de lever stimuleert insuline de translocatie van GLUT-4 van intracellulaire partikels naar de celmembraan.

Correct answer: False

Question: De receptoren voor stero´de zijn specifieke celmembraaneiwitten.

Correct answer: False

Question: G-prote´nen bezitten een enzymactiviteit die GDP in GMP kan omzetten

Correct answer: False

Question: In de signaaltransductie van stero´de hormonen is cyclisch AMP veelal de second messenger.

Correct answer: False

Question: De receptoren voor eiwithormonen zijn specifieke celmem-braan-eiwitten.

Correct answer: True

Oefenvragen 3

Question: Alleen asparagines die in de sequentie Asn-X-Ser of Asn-X-Thr voor-komen in een eiwit zijn potentiŰle glycosyle-rings-plaatsen voor N-gebonden glycanen.

Correct answer: True

Question: De structuur GlcNAc3 -> 2Man-beta1 -> R is op theoretische gronden een natuurlijk voorkomende oligosaccharide (R = rest van de keten).

Correct answer: False

Question: GDP-fucose is een substraat voor fucosyltransferases.
Correct answer: True

Question: N-acetylgalactosamine kan niet gesubstitueerd worden op de 2-positie met een andere suiker.

Correct answer: True

Question: De reactiviteit van de hydroxyl groep op het eerste C-atoom van glucose berust op het feit dat dit C-atoom, voorafgaande aan de ringvorming met de hydroxylgroep op het vijfde C-atoom, een aldehyde groep bezat.

Correct answer: True

Question: Asparagine bevat een amide groep waaraan suikers kunnen worden gebonden.

Correct answer: True

Question: Lactose is een dimeer van glucose en mannose.

Correct answer: False

Question: Het zogen van een baby met galactosemia leidt tot leverschade bij de baby

Correct answer: True

Oefenvragen 4

Question: Dolichol is een bestanddeel van de membranen van het ruwe endo-plas-matische reticulum.

Correct answer: True

Question: De biosynthese van O-glyco-si-dische ketens van glycoprote´nen wordt geremd indien een cellijn wordt gekweekt in aanwezigheid van tuni-camycine.

Correct answer: False

Question: De manteleiwitten van een virus bevatten overeenkomstige koolhy-draat-struc-turen als de celmembraaneiwitten van de cel waarin het virus zich heeft vermenigvuldigd.

Correct answer: True

Question: De GlcNAc residuen die in de verschillende takken (lactosamino units) van N-glycosidische ketens voorkomen zijn alle door dezelfde GlcNAc-transferase daarin geplaatst.

Correct answer: False

Question: De oligosaccharide ketens van celmembraaneiwitten komen alleen aan de extracellulaire zijde van dat eiwit voor.
Correct answer: True

Question: Calnexine is een glucoseherkennend lectine dat voorkomt in het ruwe endoplasmatische reticulum.

Correct answer: True

Question: De galactosylering van aan asparagine-gebonden suikerketens van glyco-prote´nen vindt plaats in het ruwe endoplasmatische reticulum.

Correct answer: False

Question: De meeste glycosyltransferasen kunnen verschillende nucleotide-suikers als substraat gebruiken.

Correct answer: False

Question: De mannose-6-fosfaat receptor is een lectine, dat in het Golgi-systeem betrokken is bij de ôtargettingö van enzymen naar lysosomen.

Correct answer: True

Question: De meeste celmembraaneiwitten zijn geglycosyleerd.

Correct answer: True

Question: Glucose bevattende N-gebonden oligosaccharide ketens zijn in het trans-Golgi systeem behulpzaam bij het op de juiste manier vouwen van het eiwit waarop deze ketens voorkomen.

Correct answer: True

Question: De zogenaamde core-structuur van N-glycosidische ketens bestaat uit 3 mannose en 2 galactose residuen.
Correct answer: False

Oefenvragen 5

Question: De domein-specifieke clustering van sulfaatgroepen op een glycosaminoglycanen keten van een proteoglycaan is medebepalend voor de affiniteit van dit proteoglycaan voor zijn ligand.

Correct answer: True

Question: De oligos-accharide structuur Gal?1?3-Gal-NAc?eiwit is van het O-glycosi-dische type

Correct answer: True

Question: Gangliosiden zijn siaalzuur-bevattende glycosaminoglycanen

Correct answer: False

Question: Lectinen en glycosyltransferasen hebben overeenkomstige eigenschap-pen met betrekking tot de specificiteit waarmee ze bepaalde koolhy-draatstructuren kunnen herkennen

Correct answer: True

Question: Individuen met bloedgroep A bezitten een speciale fucosyl-transferase waardoor de determinant van bloed-groep H (deze staat ook bekend als bloedgroep 0) wordt omgezet in die van bloedgroep A

Correct answer: False

Question: Proteoglycanen zijn glycoprote´nen waarvan de suikerketens bestaan uit glycosaminoglycanen.

Correct answer: True

Question: De verschillende core structuren van O-glycosidisch gebonden glyca-nen worden gepreassembleerd op dolicholfosfaat.
Correct answer: False

Question: Siaalzuren kunnen zowel op glycolipiden als op glycoprote´nen voor-komen.

Correct answer: True

Question: In de celmembraan komen glycolipiden alleen aan de cytoplas-ma-tische zijde van de fosfolipide dubbellaag voor.

Correct answer: False

Oefenvragen 6

Question: De door selectinen ge´nitieerde adhesie van leukocyten komt alleen tijdens pathologische omstandigheden voor.

Correct answer: False

Question: Granulocyten waarvan alle siaalzuur moleculen of alle fucose moleculen verwijderd zijn (bijvoorbeeld door enzymatische bewerking) kunnen niet meer binden aan endotheliale cellen waarop E-selectine tot expressie is gebracht.

Correct answer: True

Question: Alle lectinen hebben calcium nodig voor binding aan hun koolhydraat liganden

Correct answer: False

Question: Op de pili van verschillende E. coli stammen komen lectine subunits voor waarmee de bacteriŰn kunnen aanhechten aan darm epitheliale cellen via specifieke suikerketens die door het lectine herkend worden.

Correct answer: True

Question: Selectinen zijn adhesiemoleculen die verantwoordelijk zijn voor de primaire aanhechting van bepaalde klassen van leukocyten aan bloedvat-endotheel.

Correct answer: True

Question: Er zijn aanwijzingen dat de pathogene replicatie van prionen afhankelijk is van het type glycosyering van de koolhydraatketens op het prion.

Correct answer: True

Question: Ondergalactosylering van de glycanen in het Fc-fragment van IgG mole-culen (zoals bijvoorbeeld het geval is bij patiŰnten met reuma) kan leiden tot activatie van complement via het binden van MBP (mannose-binding protein) aan deze glycanen.

Correct answer: True

Oefenvragen 7

Question: GPI-gebonden eiwitten kunnen worden afgesplitst van het lipide deel door fosfolipase C of fosfolipase D.
Correct answer: True

Question: Een stijging van het cholesterolgehalte in een membraan verhoogt de vloeibaarheid van dat membraan, doordat cholesterol de interactie tussen de naastliggende fosfolipide moleculen vermindert.

Correct answer: False

Question: De asymmetrische verdeling van fosfatidylserine over de beide zijden van de celmembraan wordt in stand gehouden door een ATP-afhankelijk enzym.

Correct answer: True

Question: Aspirine remt wel de activiteit van COX-2 maar niet van COX-1.

Correct answer: False

Question: Een fosfolipide met een onverzadigde acylgroep heeft een grotere beweeg-lijkheid in membranen dan een fosfolipide met alleen verzadigde acylgroepen.

Correct answer: True

Question: Arachidonzuur is een meervoudig onverzadigd vetzuur.

Correct answer: True

Question: Er zijn aan aanwijzingen dat GPI-bevattende moleculen behulpzaam zijn bij het tot stand komen en het in stand houden van ôraftsö (microdomeinen).

Correct answer: True

EINDE