1e Deeltentamen Cellulaire Biologie 2002-2003.

1.Welke typen van filamenten vormen tezamen het cellulaire cytoskeltet?

2a: Wat doen capping proteins?
b: Wat doen severing proteins?

3. Schets het verloop van de snelheid van de synthese aan een plus einde en min
einde van een actine filament uitgezet tegen de conmcentratie van actine monomeren.

4.a: Wat verstaan we onder dynamic instability?
b: Bij welk filamenttype is het heel duidelijk zichtbaar?
c: en waardoor ontstaat het?

5.a: Noem drie motoreiwitten.
b: Geef aan waarin ze verschillen qua structuur en functie.

6.a: Welle typen van verbindingen komen voor tussen cellen (namen)?
b: Uit welke moleculen zijn ze gebouwd?

7. Noem drie molekulen uit de extracellulaire matrix en geef de functie van die drie.





1e Deeltentamen Cellulaire Biologie 2003-2004.

Het histologie deel (vraag 1 t/m 5) is er niet.

6.a: Welke typen van filamenten vormen het cytoskelet?
b: Uit welke monomeren zijn ze opgebouwd?
c: Welke filamenten zijn betrokken bij de vorm van de cel en welke bij transport?

7.a: Schets het verloop van de snelheid van de synthese aan een plus einde en min
einde van polymeer en geef de treadmilling range aan.
b: Hoe kan je de groeisnelheid beinvloeden van polymeren?
c: Wat doet de stof Taxol en waarom wordt het gebruikt bij kankerbestrijding?

8.a: Noem drie motor eiwitten.
b: Noem de verschillen tussen de drie motoreiwitten.

9. Noem drie klassen/groepen eiwitten die betrokken zijn bij cel-cel contacten.

10.a: Wat zijn integrinen en hun functie?
b: Noem 4 belangrijke componenten van het extracellulaire matrix en geef hun functie.