Taak 5


Probleemstelling:

- Waarom fluiten bij de zebravinken de mannetjes naar de vrouwtjes en niet omgekeerd?

- Is dit gedrag aangeboren of aangeleerd?


Leerdoelen:

1) Is dit gedrag alleen van toepassing op de zebravinken of op vogels in het algemeen?

2) Hoe wordt het fluitgedrag ontwikkeld?

3) Als het gedrag is aangeboren, wat is dan het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes met betrekking tot het fluitgedrag?

4) Als het door hormonen komt, welke hormonen spelen dan een rol?

5) XX en XY omgekeerd bij vogels ?


Antwoorden:

1) Het gedrag is vrij algemeen maar niet altijd hebt ook soorten waar mannetjes en vrouwtjes zingen

2) HVc à RA (fluiten)

(dendriet) (axon)

sensorisch motorisch


Zie schema uitleg…

Man: testosteron à oestrogeen door middel van aromotase.

3) aangeboren in de genen + leren in de kritische periode.

4) Zie schema

5) Ja


Stappen:

1) Activering van sensorische deel in hersenen (oestrogeen + tutor)

2) Activering van motorische deel in hersenen ( toenemende hoeveelheid testosteron)

3) Crystalisatie (testosteron)

4) Na crystalisatie à aromatase dus niet opnieuw testosteron.


Zie voor responsiecollege file Responsiecollege 5.


Plaatje van hersenen.

P