Taak 2


Gedragsecologie = behavioral ecology


Sociaal gedag:

- Cooperative (samenwerken)

- Selfish (zelfzuchtig)

- Altruistic (zelfzuchtig andere helpen om genen door te geven)

- Spiteful (nadelig voor beiden)


Groep voordeel:

- lookout

- verdunningseffect

- efficienter op prooi jagen

- bescherming tegen predatoren

- betere kans op voedsel


Groepsnadeel:

- parasieten


Altruisme is geevolueerd omdat het van voordeel zou zijn voor de groep of zelfs voor de soort als geheel.


Nadelen van altruisme:

- zelfzuchtige gen mutaties zullen snel uitbreiden in de populatie

- sommige groepen zullen eerder uitsterven dan andere groepen.


Fitnes = reproductief succes in de volgende generatie van individuen.


Evolutionair gezien is altruistisch gedrag nadelig.


Hulp geven aan genetische nauwverwanten kan een altruist het reproductieve succes van zijn verwanten zodanig voldoende vergroten dat het compenseert voor de vermindering van zijn eigen fitness.


Kin selectie = selectief helpen van verwanten zodat het voordelig is voor de genetische verwantschap.


Genetisch verwantschap (R) : de kans dat een ouder en zijn/haar kind een copie van hetzelfde gen hebben.


RB - RC > 0 ofwel B/C > 1/R (regel van hamilton)


R = genetisch verwantschap

B = benefits uitgedrukt in fitness

C = costs uitgedrukt in fitness


TEKENING VAN HAPLOID + DIPLOID (beter zusje helpen !)


Haplodiploidy bevordert de kin selectie.


Altruisme: you scratch my back I scratch yours.

Selfish: you scratch my back I'll ride on yours


Camouflage bij vogels ( cave theorie)

Alarmroep bij vogels ( never break ranks)

Hoge sprongen bij gazellen ( ik ben de fitste)



Probleemstelling:

Waarom helpen de jongen van de floridagaai hun moeder in plaats van dat ze zelf nakomelingen krijgen.


Leerdoelen:


1) Wat is altruistisch gedrag en wat zijn zelfzuchtige genen en welke is hier van toepassing?

2) Is het gedrag van de floridagaai kenmerkend voor alleen de floridagaai of ook voor andere vogels? En zoja waarom?

3) Spelen leergedrag en leefomstandigheden een rol in het gedag van de floridagaai ?


1) Altruisme: andere helpen om eigen genen door te geven. (hier altruisme) zelfzuchtige genen: alleen voor je zelf zorgen en zorgen dat je je eigen genen doorgeeft

2) Ook King-fisher (territorium ?)

3) Leergedrag niet, leefomstandigheden wel.


Helpen:

- voeden

- uitkijken voor roofdieren

- verdedigen territorium


Helpers are fully capable of breeding on their own but remain as non-reproductive altruists for a period of time hebben nog geen eigen territorium.


Nepotism = voortrekken van familie leden: Eekhoorn roept eerder als er familie in de buurt is dan als er geen familie in de buurt is mannetjes roepen bijna nooit.


Weaver bird:

- paartje alleen camouflage + weinig voedsel (in jungle) mannetje en vrouwtje voeren

- groep veel voedsel + weinig camouflage mannetje vrij om competitie aan te gaan met anderen vrouwtje voert de jongen.


Samen voeden met helpers meer jongen dan nestje zonder helpers.


Reciprocal altruism. = voordelen voor eigen voortbestaan: bijvoorbeeld het leven in een kudde.


Altruism = sacrifice of reproductive potential.

Schema van haplodipoid