Taak 1.


Probleemstelling:

1) Waarom vind er voornamelijk geslachtelijke voortplanting plaats aan de top van de evolutionaire ladder?

2) Wat heeft (on)geslachtelijke voortplanting te maken met het evolutie proces?


Geslachtelijk Ongeslachtelijk
Voordeel -Natuurlijke selectie

-Gen-uitwisseling

-Adoptatie (aanpassen

-Sneller (geen meiose)

-Onafhankelijk van partner

Nadeel -Afhankelijk van partner

-Langzamer (met meiose)

-Energie in voortplantings organen. (eicel, zaadcel)

-Evolutie verloopt langzamer

-Geen gen-uitwisseling

-Gevoelig voor veranderingen in factoren


Defenitie: Een soort zijn alle individuen die zich met elkaar kunnen voortplanten en waarvan de nakomelingen zich ook kunnen voortplanten.


Leerdoelen:

1) Wat is kenmerkend voor het evolutie proces?

2) Wat is de biologische betekenis van de verschillende voortplantingssystemen.


Citaat Darwin: Those individuals that posses superior physical, behavioral or other attributes are more likely to survive than those that are not so well endowed. (natuurlijke selectie)


4 factoren bij Evolutie:

1) Geneflow (nieuwe genen komen bij de genepool door bijvoorbeeld migratie)

2) Natuurlijke selectie

3) Mutaties

4) Toeval


Een kenmerk van Evolutie is aanpassing.


Evolution is a change in the gene pool of a population over time. A gene is a hereditary unit that can be passed on unaltered for many generations. The gene pool is the set of all genes in a species population.



Natuurlijke selectie (survival of the fittest)

1) Genetische variatie

2) Concurrentie

3) Genotype die het best aangepast zijn overleven

Sexual selection:

1) Genetische variatie

2) Concurentie

3) Genotype die zorgen voor het meeste succes bij het paren overleven. (denk aan pauw)


Responsiecollege:

Vraag 1) Waarom bestaat er nog ongeslachtelijke voortplanting?

Vraag 2) Waarom kunnen geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting bij 1 soort voorkomen?

Vraag 3) Wat is de kern van de Evolutie theorie?

Vraag 4) Waar ligt de grens tussen hogere en lagere organismen?

Vraag 5) Kan een fenotypische verandering overgaan in een genotypische verandering?

Antwoord 1) Omdat het voordeliger is dan geslachtelijke voortplanting.

Antwoord 2) Bij een aantal generaties in 1 habitat met ongeslachtelijke voortplanting ontstaat er uiteindelijk geslachtelijke voortplanting voor het "koloniseren" van nieuwe gebieden.

Dan heeft de soort dus zowel de korte termijn voordelen van ongeslachtelijke

voortplanting en de lange termijn voordelen van geslachtelijke voortplanting.

Antwoord 3) Natuurlijke selectie.

Antwoord 4) Niet duidelijk, zeg maar dat zoogdieren hogere organismen zijn.

Antwoord 5) Nee.



Verschillende soorten ongeslachtelijke voortplanting:


1) knopvorming, regeneratie na fragmentatie.

2) Parthenogenese

-Thelytokie = vrouwtjes uit onbevruchte eieren

-Arrhentokie = Onbevruchte eieren geven mannetjes, bevruchte vrouwtjes (check)



Twee mechanismen van parthenogenese:

-Apomixis = onderdrukken van meiose (kloon)

-Automixis = versmelten van kernen na meiose (recombinatie)


Alice in Wonderland: Altijd blijven lopen want stilstand is achteruitgang !!!