Dierfysiologie (Wijnand Geraerts)


Tentamenstof:

- Sheet blz 28


Berthold hakte testis eraf bij hanen. En stopte er bij andere kapoenen weer in de buikholte. En spoot zichzelf in met apen testis extract !! (mafketel)


Second messenger pathways: ontdekt door Sutherland.


Endocriene klier produceert hormonen en geeft ze af aan het bloed.

Neuro-endocrien systeem:

- alle perifere endocriene klieren

- hypothalamus /hypofyse

- bloedvatstelsel.(= communicatie kanaal) Waar je ook loost in het bloedvatstelsel, binnen 1 a 2 minuten is het door het hele lichaam.


Hypothalamus moet aan de hersenen vastzitten zodat het kan inspelen op omgeving via hersenen. Hypothalamus = centrale neuroendocriene systeem


Stressysteem:

- adrenaline en noradrenaline

- Bijnier bestaat uit merg: medulla en schors: cortex

- Bij een impuls trekt het merg zich samen als een spons en alle opgeslagen adrenaline en noradrenaline tegelijk in het bloed gepompt.

- FFF: Fright-Flight-Fight

- Doelwitorganen:

o Hart

o Spieren

o Lever waar dan glycogeen wordt omgezet in glucose en wordt afgegeven aan het bloed waar het gebruikt kan worden als directe energie bron.


Hormonen:

- zijn boodschapper moleculen

- worden geproduceerd door een neuro-endocrien orgaan

- worden afgegeven aan het bloed

- meestal in zeer kleine hoeveelheden (alleen het streshormoon wordt in hele grote hoeveelheden afgegeven aan het bloed)

- beinvloeden verderop gelegen weefsels, organen, via binding aan specifieke receptor.


Target tissues: doelorganen. (alleen die bevatten de receptoren voor een hormoon, een hormoon is dus heel specefiek


Kleine structurele verschillen zorgen ervoor dat hormonen uniek zijn en goed verschillen van elkaar.


Bij het ontvangen van een hormoon door een specefieke receptor zal de receptor een conformatie verandering ondergaan. Er wordt dan aan de binnenkant ATP gemaakt uit ADP en de ATP wordt gebruikt om via een enzym van AMP cAMP te maken, cAMP is een seccondmessenger. (niet oplosbaar in vetten: aminozuren, peptiden etc)

In een tweede geval zal het hormoon dwars door het celmembraan heengaan. (ze zijn oplosbaar in vetten bv steroiden) Als ze dan aan de binnenkant komen kunnen ze niet verder omdat ze niet kunnen oplossen in het water van het cytoplasma, in het cytoplasma zitten receptoren die samen met het hormoon naar de kern gaat, en daar worden genen geactiveerd


Selectiviteit is dus ook door heel nauwkeurig een bepaald receptor te stimuleren.


Glucose homeostase: glucose spiegel.



Als de concentratie glucose boven de bovengrens van 100 mg/liter bloed komt dan spreek je van hyperglycaeorie (= sugar-shock). Als de concentratie glucose onder de ondergrens van 60 mg/liter bloed komt dan spreek je van hypoglycaeorie.


Langerhaus = endocriene pancreas: is het gedeelte dat zijn produkten afgeeft en niet aan de spijsvertering (exocriene pancreas)


Insuline wordt in de cellen geproduceert.

Glucagon wordt in de cellen geproduceert


Als de bloedglucose concentratie naar je ondergrens loopt dan gaan er signalen naar de hersenen: honger, geen concentratie, agressie. Als de bloedglucose concentratie de bovengrens heeft bereikt dan zal er veel insuline worden afgegeven.



Hoofdstuk 3: regulatie van lichaamsgewicht.


Er zijn de nuclei in de hypothalamus die dienen als de gewichtostaat, er zijn nog veel meer nuclei die voor andere dingen dienen bv aggresiviteit.


Leptine leidt tot een negatieve energiebalans: energie verbruik is groter dan voedselopname.


Tekening III





Sheet:

Samenvatting:


1) bijniermerg: adrenaline,maakt:

- glucose vrij uit leverglycogeen

- heeft effecten op spieren en hersenen

- nerveuze regulatie dus snel

- type stress: FFF gedrag

6) bijnierschors: steroiden met effecten op bloedglucose,bloeddruk,mineralen huishouding en hersenen;

- neuro-endocriene regulatie

- langzamer

- type stress: alle stress, vooral verwonding en psychische stress.


ACTH (Adreno Corticotrope H): liggen in de voorkwab)