Module 12.1 | | | Cremers, DLJ | 19-1-2001 |
|
| VRAAG 13 |
| De figuur geeft restrictiekaarten van het mtDNA van vier soorten, A, B, C en D. De knipplaatsen van zes verschillende endonucleases zijn aangegeven met letters. Welke twee soorten zijn het meest aan elkaar verwant? |
|
|
|
| HINT: |
| Goed. A en D verschillen slechts op drie plaatsen, het minste van alle combinaties. |
|
|
|