Module 11 | | | Cremers, DLJ | 2-2-2001 |
|
| VRAAG 5 |
Gegeven de volgende twee stellingen over het ontstaan van nieuwe soorten:
1. Anagenese (fyletische evolutie) is het proces van evolutionaire verandering in een soort; daarom leidt het niet tot de vorming van nieuwe soorten.
2. Cladogenese (fylogenetische vertakking) is het proces waarbij nieuwe soorten ontstaan door het splitsen van evolutionaire lijnen. |
| |
|
|
| HINT: |
| Fout. Zie Fig. 11-3 over de evolutie van molukkenkreeften, een voorbeeld van anagenese. Het goede antwoord is c. |
|
|
|