Module 11 | | | Cremers, DLJ | 2-2-2001 |
|
| VRAAG 13 |
| De figuur geeft een fylogenie voor drie soorten, I, II en III, op basis van twee kenmerken, A en B. A kan toestanden a en a’ aannemen en B toestanden b en b’. De soorten II en III zijn voor kenmerk A: |
|
|
|
| HINT: |
| Fout. Een autapomorf kenmerk is binnen één enkele lijn geëvolueerd en komt niet voor bij een andere lijn. Het goede antwoord is c. |
|
|
|