Hypertensie

definitie: op 3 momenten op 3 verschillende dagen gemeten bloeddruk met een gemiddelde diastolische waarde (onderdruk) van meer dan 90 mm Hg en een systolische waarde (bovendruk) van minimaal 140 mmHg, terwijl de omstandigheden tijdens de meting en ook de meting zelf goed waren: een geijkte bloeddrukmeter, die goed is aangelegd en afgelezen, bij een patiŽnt die ontspannen was en in de goede houding zat

Oorzaken:
Oorzaken van primaire (=essentiele) hypertensie: oorzaak niet vast te stellen Oorzaken van secundaire hypertensie: nierarteriestenose, parenchymateuze nierafwijkingen (reflux, tumor, glomerulonefritis, cysten), primair hyperaldosteronisme, syndroom van Liddle, 11-beta-HSD-deficientie, syndroom van Cushing, ziekte van Cushing, feochromocytoom, coarctatio aortae, prednison, dropgebruik, alcoholgebruik, NSAID's, ciclosporine, anticonceptiepil.

Maligne hypertensie (=diastolische druk > 130 mmHg + hypertensieve fundus graad III of IV) kan ontstaan door een plotselinge stijging van de bloeddruk, zoals bij zwangerschap (pre-eclanpsie) en bij nierontsteking (acute glomerulonefritis).
Hypertensieve crisis = een diastolische (onderdruk) van meer dan 120-130 in ombinatie met eindorgaanfalen (falen van organen)

Bloeddruk systolisch: 115 en diastolisch 75 is de optimale bloeddruk
Bloeddruk systolisch: 140-159 of diastolisch 90-99 is milde hypertensie
Bloeddruk systolisch: 160-179 of diastolisch 100-109 is matige hypertensie
Bloeddruk systolisch: meer dan 180 of diastolisch meer dan 110 is ernstige hypertensie

Frequentie:

Risicofactoren:
ouderdom, stress, roken, weinig bewegen, arbeid, lage temperaturen, atheroclerose (lokale vernauwing door ophoping vetten in bloedvat), diabetes mellitus (suikerziekte), witte jassen effect (bloeddruk verhoging door het zien van medisch personeel - kan 12 mmHg verschillen!).

Verschijnselen:
Complicaties van hypertensie:
Microangiopathie (aantasting van de kleinste bloedvaten)
Arteriolosclerose (afzetting van hyalien in de intima van de arteriolen (de kleinste slagaders))
Vasculaire dementie (geheugen defect door slechte bloedtoevoer naar de hersenen)
Ruptuur van verzwakte arteriolen (scheuren van kleine slagaders)
veneuze afsluiting in de retina (het afsluiten van bloedvaatjes in het netvlies)
Hartfalen
Longoedeem (vocht in de longen)
Linker ventrikel hypertrofie (de linker kamer van het hart word groter)
TIA (transient ischaemic attack (tijdelijke blokkade in de bloedtoestroon naar de hersenen))
CVA (cerebro vasculair accident (hersenbloeding))

Complicaties bij maligne hypertensie:
Al dan niet diastolische bloeddruk van boven de 130
Hypertensieve retinopathie graad 3-4 (bloedingen in het netvlies, ook plekken die te weinig zuurstof krijgen, oedeem vorming - uittreden van vocht uit de bloedvaten)
Linkszijdige decompensatio cordis
Oedeemvorming in de luchtwegen (vochtuittreden in de bloedvaten in de longen)
Aantasting nieren (hierbij kunnen eiwitten in de urine terecht komen. Ook Ernstige hoofdpijn (achter in het hoofd)
Insulten
Coma
Asthma cardiale
Microangiopathische hemolytische anemie
Dyspnoe (slecht adem kunnen krijgen)
Misselijkheid
Braken
Ischaemie van de darmen (slechte doorbloeding, waardoor er te weinig zuurstof bij de darmen terecht komt)

Complicaties:

Diagnostiek:
Bloeddruk meten op 3 verschillende dagen aan dezelfde arm, onder vergelijkbare omstandigheden
Bij hypertensieve crisis
Na, K, creatininr, ureum, Hb, fragmentocyten, LDH, PTT, APTT, trombocyten, haptoglobine, PRA, aldosteron
Urine: eiwit, sediment
ECG, X-thorax, consult: oogarts, neuroloog, nefroloog, cardioloog

Behandeling:
Bij overgewicht minder gaan eten
Stoppen met roken
Geen orale anticonceptie gebruiken (dit is natuurlijk niet altijd mogelijk. Het is een risicofactor bij het ontwikkelen van hypertensie)
Minder zout eten
Stress vermijden
Natrium arm dieet
Alleen bij ernstige hypertensie moet de patiŽnt naar een specialist worden verwezen

Bij een hypertensieve crisis:
Nitroprusside 0,5 microgram/kg/min, aanpassen op geleide van de bloeddruk.
Indien er hyponatriemie ontstaat of nierfunctieverslechtering of bij toediening langer dan 2 dagen, thiocyanaatspiegel controlleren (indien hoger dan 100 mg/L nitroprusside staken)
-bij coronaire ischaemie: nitroglycerine i.v. inplaats van nitroprusside
-bij aortadissectie: labetalol i.v. 2 mg/min via pomp met totale dosis 2mg/kg. Zonodig in combinatie met nitropusside.
-bij androgene stimmulatie (cocaine, feochromocytoom, amfetamine, MAO-remmers, clodine-onttrekking of XTC) labetalol i.v. 2 mg/min via pomp met totale dosis 2mg/kg. Zonodig in combinatie met nitropusside. Of fentolamine 5mg bolus.
-bij sclerodermie: ACE-remmers toevoegen
-bij preeclampsie: in overleg met gynaecoloog nitroprusside 0,5
microgram/kg/min onder bewaking

Na normalisatie bloeddruk bij een nieuwe hypertensie patient beginnen met calciumantagonist en alfablokkers

Controle:

Extra informatie:
Om er achter te komen of de hypertensie primair of secundair is kan men kijken naar of er:
-verschijnselen zijn die passen bij secundaire oorzaken
-Er een systolische RR>180 is
-Kalium<3,5mmol/L
-Vermoeden op nierarteriestenose bij een lage glomerulaire filtratiesnelheid
(volgens Cockroft-Gault: mannen: (140 Ė leeftijd) x gewicht in kg x (1,2 serumcreatininegehalte); voor vrouwen: (140 Ė leeftijd) x gewicht in kg x (1,02 serumcreatininegehalte).). Bij patienten jonger dan 60 een filtratiesnelheid <90ml/min en voor oudere patienten <60ml/min.
-Niet aanslaan van de therapie

 

Terug naar EncyMed <<