Enkelfracturen

definitie: breuken in de beenderen die de enkel vormen

Oorzaken:
Door een extreme verdraaiing (eversie of exorotatie) van de voet. Kan unimalleolair (alleen de laterale of mediale malleolus gebroken), bimalleolair (mediale en laterale, eventueel ook inplaats van een van de twee voorgaande de tertiaire malleolus), trimalleolair (zowel mediale, laterale als tertiare malleolus gebroken). Begeleidend kan een Maisonneuve ractuur (fibulafractuur door indirect inwerkend geweld)

Verschijnselen:
Pijn in de enkel
De enkel niet makkelijk (of helemaal niet) kunnen bewegen
Zwelling in de enkel

Cpmplicaties:
Na operatie:
Persisterende zwelling enkel (soma wel langer dan 1 jaar)
Verminderde dorsaalflexie (heffem van de voet)
Artrose
Chronische pijn (kan ook door het metaal dat gebruikt werd door de opeatie)

Diagnostiek:
X-foto enkel anterior-posterior en laterale opname
CT-scan enkel is zelden noodzakelijk
Via de rontgenfoto worden enkelfracturen ingedeeld volgens Weber of volgens Lauge-Hansen

Volgens Weber:
Weber A -> een fractuur onder de syndesmose
Weber B -> een fractuur ter hoogte van de syndesmose
Weber C -> een fractuur boven de syndesmose

Volgens Lauge-Hansen:
Supinatie - adductie
SA1: fractuur van de malleolus lateralis distaal van de vorkbanden
en/of van de ligg.fibulotarsales.
SA2: verticale fractuur van de malleolus medialis.

Supinatie - eversie
SE1: ruptuur van de voorste vorkband.
SE2: schuine fractuur van de malleolus lateralis.
SE3: ruptuur van de achterste vorkband en/of fractuur van de
malleolus tertius.
SE4: fractuur van de malleolus medialis.

Pronatie - adductie
PA1: fractuur van de malleolus medialis of ruptuur van het lig.
deltoïdeum.
PA2: ruptuur voorste èn achterste vorkbanden.
PA3: fractuur van de malleolus lateralis proximaal van de vorkbanden,
vaak met een avulsiefractuur van het laterale deel van de fibula.

Pronatie - eversie
PE1: scheur in het lig. deltoïdeum en/of fractuur van de malleolus
medialis.
PE2: scheuring van de voorste vorkband.
PE3: hoge fractuur van de fibula. Maisonneuve letsel.
PE4: ruptuur van de achterste vorkband of fractuur van de malleolus
tertius.

Behandeling:
Bij luxaties van het bovenste spronggewricht (gewricht tussen de tibia/fibula en de talus) direct opheffen (vanwege ernstige schade aan de weke delen)
Conservatief:
Bij fracturen met zeer geen dislocatie en zonder verbrede enkelvork of een tertiar fragment groter dan 1/3 van het gewrichtsoppervlak.
Weber A: 1 week achterspalk, gevolgd door 4-6 weken tape
Weber B: 1 week achterspalk, gevolgd door 2 weken circulair onderbeensgips en 3 weken loopgips.
Weber C: 1 week achterspalk, gevolgd door 5 weken circulair onderbeensgips en 4 weken loopgips.

Operatief
Weber B instabiel en Weber C instabiel: bloedige repositie en osteosynthese (plaat-, schroef- of Zuggertungosteosynthese). Bij syndesmose scheuren 2 stelschroeven. Nabehandeling 2-5 dagen bedrust met antispitsvoet en bewegingsoefeningen. Hierna 6 weken onbelast oefenen en daarna belasten.

Nabehandeling:
Conservatief

Terug naar EncyMed <<