Diabetus mellitus (acuut)

definitie: te hoog of te laag glucose gehalte in het bloed

Oorzaken:
Diabetes mellitus kan op twee manieren ontstaan:
-Type I diabetus mellitus. Wordt ook wel IDDM (Insulin Dependent Diabetus Mellitus) genoemd). Hierbij zijn de beta-cellen in de eilandjes van Langerhans in de Pancreas kapot door een auto immuun reactie van het eigen lichaam tegen de pancreas cellen. Er is een te lage insuline productie.
-Type II diabetus mellitus. Wordt ook wel NIDDM (Non Insulin Dependent Diabetes Mellitus) genoemd. Hierbij is er een verminderde gevoeligheid voor insuline de veroorzaker van het probleem

Verschijnselen:
Geen verschijnselen of:
Polydipsie (veel drinken)
Polyurie (veel plassen)
Nycturie ('s nachts plassen)
Gewichtsafname
Moeheid
Lusteloosheid
Langzame wondgenezing
Vaginale afscheiding

Bij hypoglycemie (ernstig insuline tekort):
Zweten, angst, hartkloppingen, trillen.
Bij nog lagere glucosewaarden wordt men eerst vergeetachtig, concentratievermogen neemt af. Daarna lusteloosheid, coma, convulsies, dood.

Bij ketoacidosis:
Naast de verschijnselen bij DMII ook:
Misselijkheid, braken, diepe en snelle ademhaling met een ketongeur (Kussmaulademhaling), droge slijmvliezen, snelle pols, buikpijn, uiteindelijk verlaagd bewustzijn, coma, dood.

Complicaties:
Hart en vaatziekten, nierziekte, retinopathie (netvliesaandoening), ulcus cruris (zweer op been), neuropathie (zenuw aantasting)

Diagnostiek:
Bij hypoglycemie:
Glucose (is onder de 3,3 mmol/L. Gevaarlijke waardes zijn onder de 2,8mmol/L)

Bij ketoacidose/coma:
Na, K, creatinine, Cl, Ca, fosfaat, albumine, glucose, BSE, Hb, leucocyten, diff, anion-gap, osmolariteit
Unine glucose, ketonen, eiwit, sediment
ECG

Behandeling:
Bij een hypoglycemie:
-Bij een patient die niet buiten bewustzijn is: enkele klontjes/lepeltjes suiker oplossen in water en toedienen aan de patient, anders suikerhoudende limonade. Arts raadplegen.
-Bij een bewusteloze patient:
Glucagon 0,5-1 mg toedienen intramusculair of subcutaan. Hoort binnen 10 min te werken, indien niet, nogmaals toedienen, EHBO toepassen, stabiele zijligging, vanwege het risico op braken na glucagon toediening (+/- 60-90min later). Arts raadplegen. In ziekenhuis kan na glucose te meten (want het kan toch een ketoacidose zijn!) 25-50 g 50% glucose i.v. gegeven worden.

Bij een hyperglycemie met ketoacidotische ontregeling of coma:
Direct naar ziekenhuis sturen.
-Vochtcorrectie:
6 L in de eerste 24 uur. 0,9% NaCl in schama: 4 kolven in 0,5 uur, 2 kolven in 1 uur, 2 in 1,5 uur, 2 in 2 uur, uiteindelijk 1 kols iedere 4 uur. Glucose controlleren en indien nodig NaCl vervangen door NaCl 0,45% glucose 2,5%. Bij glucose onder 15mmol/L overgaan op glucose 5%. Bij Na>155mmol/L overgaan op NaCl 0,45% glucose 2,5%. Bij een systolische druk <80mmHg een plasmavervangend middel toevoegen.

-Insuline:
--Voorbereiding spuit (omdat insuline aan plastic plakt en er anders een verkeerde dosis in de patient komt): oplossing van 1 mL 100E Actrapid in 99mL 0,9% NaCl. Vul een 50 mL spuit en infuuslijn hiermee. Laat beide leeglopen (weggooien inhoud).
--Vul de nu lege 50mL spuit met oplossing van 1 mL 100E Actrapid in 99mL 0,9% NaCl. Direct 10 mL inspuiten en dan pomp starten op 5E (=5mL/uur).
--Indien geen daling van glucose, anion-gap of stijging pH: weer 10mL toedienen en insuline verdubbelen
--De glucose moet binnen 24 uur normaliseren. Gaat het te snel, pompstand omlaag. Insuline staken als anion-gap normaal is. Daarna normaal insulineschema.

-Kalium:
Aantal mmol kalium/uur volgens schema:
K<3
pH<7,1 -> 30
pH>7,1 -> 20
K 3-3,9
pH<7,1 -> 20
pH>7,1 -> 15
K 4-4,9
pH<7,1 -> 15
pH>7,1 -> 10
K 5-5,9
pH<7,1 -> 10
pH>7,1 -> 5

-Bicarbonaat:
In andere lijn dan insuline:
bij pH <7,1 50ml 8,4% NaHCO3 in 1 uur
bij pH<7 100ml 8,4% NaHCO3 in 1 uur
Ieder 0,5 uur pH en K controle

-Fosfaat:
Bij fosfaat <0,35 mmol/L 50-100 mmol per 8 uur i.v. (ampullen fosfaat zijn 1,5mmol/mL samen met Na en K. 33mL nodig voor 50 mmol. Controlleer K)

-Magnesium:
Indien Mg < 0,6 mmol/L: 20-40 mmol MgSO4 per 8 uur i.v. toedienen (=5-10 mL 10% ampullen MgSO4)

-Controle:
Probeer luxerende factor te achterhalen en te behandelen
Circulatie ieder uur
Temperatuur iedere 3 uur
Vochtbalans iedere 3 uur
Bloedonderzoek eerst na 1 uur, daarna na telkens 3 uur (tenzij bij suppletie vaker gemeten moet worden)
Geen oraal voedsel toedienen, eventueel per sonde
Blaaskatheter
Indien nodig zuurstof of ritmebewaking
Bij coma, comascore controlleren
Bij coma decubitus voorkomen
Tromboseprofylaxe

Extra informatie:
Insuline is nodig om glucose de weefsels binnen te laten dringen (behalve in de hersenen). Insuline wordt gevormd in de bčta cellen van de eilandjes van Langerhans in de pancreas (alvleesklier). Het hormoon werkt niet alleen op de koolhydraatstofwisseling, maar ook op het eiwit en vet metabolisme.

Door een tekort aan insuline kan de glucose niet goed worden opgenomen en ontstaat als reactie daarop een nog grotere glucose productie door afbraak van eiwitten en glycogeen. De nieren kunnen de terugresorptie van zulke hoeveelheden glucose niet meer aan en de glucose komt in de urine terecht (zoet).

Insuline tekort kan ook voor de afbraak van vet zorgen, waardoor er ketonlichamen (aceton, acetylazijnzuur en beta-oxyboterzuur) vrijkomen

Terug naar EncyMed <<