Colon carcinoom (dikkedarm kanker)

definitie: kwaadaardige wildgroei van weefsel van de dikke darm

Oorzaken:
Bepaalde voedingsproducten worden in verband gebracht met dikkedarmkanker. Verder ontstaan er bij erfelijke aandoeningen zoals FAP en HNPCC colon carcinomen.

Frequentie:
De meeste dikkedarm kankers zijn adenocarcinomen (die uitgaan van klierweefsel), zelden Kaposi sarcoom (bij AIDS patienten), lymfomen, carcinoid tumoren, metastasen van bijvoorbeeld een ovaruimtumor. 4000 doden door colon ca per jaar in Nederland. Meeste colon ca in rectumsigmoid.

Risicofactoren:
Mensen met de volgende ziektebeelden hebben een grotere kans op colon carcinoom: colitis ulcerosa, familiaire polyposis coli, Crohn, dikkedarm kanker eerder gehad, adenomateuze poliepen, HNPCC. Ook mensen met veel colon carcinoom in de familie hebben een groter risico.

Verschijnselen:
Afhankelijk van de precieze lokatie van het carcinoom kunnen er nauwelijks of enkele verschijnselen zijn
Zwarte ontlasting (zo zwart als pek, plakkerig en stinkt meer dan normale ontlasting. Heet melena)
Obstipatie
Diarree
Geen ontlasting door het dichtgroeien van de darm door de kanker
Buikpijn
Opgezette buik
Zwakte
Gewichtafname
Misselijkheid
Braken

Zelden:
Klachten van diverticulitis
Koorts door onbekende oorzaak
Abcessen (ontstekingshaarden) binnen de buik, in het buikvlies of in de buikwand
Sepsis (bacterieen in het bloed met ernstig ziek zijn tot gevolg) door Streptococcus bovis en Clostridium septicum soorten

Metastasen (uitzaaingen):
Meestal in de dichtsbijzijnde lymfeklieren, lever, longen en het buikvlies (peritoneum)

Diagnostiek:
Sigmoido/colonoscopie met biopsie. X-colon indien de tumor niet is te passeren.
Barcium contrast X-abdomen bij het niet vinden van de afwijking bij colonoscopie
Pre-operatief echo van de lever om metastasen op te sporen
X-thorax (ook voor metastasen)
Pre-operatief CEA bepalen (heeft later alleen zin om te bepalen indien het voor de operatie al hoog was)
Hb (kan verlaagd zijn)

Stadiering:
Dukes criteria
Dukes A: geen doorgroei in de spierlaag van de darmwand
Dukes B: wel doorgroei in de spierlaag van de darmwand, maar geen metastasen in de lymfeklieren
Dukes C: metastasen in de nabijgelegen lymfeklieren
Dukes D: metastasen op afstand

Behandeling:
Chirurchisch wegsnijden van de tumor met de regionale lymfeklieren (paracolische, intermediaire en centrale). Bij openen buik beoordelen van het cavum Douglasi  en de lever op metastasen en metastasen zo mogelijk wegsnijden. Bij excisie van de tumor altijd ruime resectie toepassen, het darmlumen beiderzijds sluiten, niet drukken of trekken en en bloc resectie bij doorgroei naar de buikwand of andere structuren.
Bij een Dukes C gevolgd door adjuvante chemotherapie (5-fluorouracil (5FU) in combinatie met finezuur) om micrometastasen aan te pakken.

Na behandeling tumor follow-up met controlleren van CEA (alleen indien het pre-operatief verhoogd was), lichamelik onderzoek, X-thorax, Echo lever, coloscopie.

Extra informatie:
Bijwerkingen 5FU:
Haarverlies, overgeven, orale mucositis (ontsteking van het mondslijmvlies), diarree, moeheid. Zelden rode handpalmen en voetzolen, lichtgevoelig gezicht, irritatie aan neus en oor, onderdrukking van de bloedaanmaak, giftig voor de hartspier (cardiotoxiciteit), cerecellaire syndromen (stoornissen van de kleine hersenen)

Lymfeklierstations:
Voor colon carcinoom zijn enkele groepen klierstations van belang:
-paracolische (aan de darm grenzend)
-intermediaire (halverwegen het mesenterium. De paracolische draineren hierin)
-centrale (aan de basis van het mesenterium. Hierin komt alle lymfe van dce paracolische en intermediaire groepen samen)
De lymfekliermetastasen volgen de route van paracolisch, intermediair en uiteindelijk centraal in 95-99% van de gevallen. Zelden komen skip metastasen voor.

Terug naar EncyMed <<