Chronische lymfatische leukemie (CLL)

definitie: leukemie die onderdeel is van de Non-Hodkin lymfomen.

Oorzaak:
Wildgroei van monoclonale kleine, uitgerijpte lymfoide cellen.

Frequentie:
Komt voornamelijk voor bij oudere mensen.

Verschijnselen:
In het begin zijn er meestal geen verschijnselen
Vergrote lymfeklieren
Anemie
Splenomegalie (vergrote milt)
Hepatomegalie (vergrote lever)
Hematomen (blauwe plekken)
Vaak infecties
Rode huid (door infiltratie van CLL cellen in de huid)

Diagnostiek:
Lymfocytose
Anemie (kan ook door auto-immuniteit komen)
Trombocytopenie
Beenmergpunctie: beeld met minstens 25% CLL cellen (vaak 90%) en infiltratie
Serum Ig verlaagd (hypogammaglobulinemie)
Zelden een para-proteine

Behandeling:
Verlichting van de verschijnselen indien de CLL langzaam progressief is (kan vaak enkele jaren worden volgehouden)
Bij snelle progressie of bij ernstige verschijnselen alkylerened middelen of fludarabine gebruiken
Bij resistentie tegen deze eerste-lijns behandeling, immuno-chemotherapie toepassen. CHOP (cyclofosfamine, oncovin, prednison) of FCR (fludarabine, cyclofosfamine en retuximab).
Bij agressieve CLL kan ook autologe of allogene stamceltransplantatie worden overwogen
Zelden kan ook splenectomie worden overwogen
Bij ernstige auto-immuun hemolyse hoge dosis prednison of cyclofosfamide gebruiken
Behandeling van de infecties (ook profylactisch antibiotica)
Ig's kunnen worden toegediend bij levensbedreigende infecties

Extra informatie:
Meestal is er volgens immunofenotypering sprake van CD3-, CD5+, CD10-, CD19+, CD20+ en CD23+. De meeste CLL's zijn B-cel lymfomen, 5% zijn T-cel lymfomen.
Genetische afwijkingen in de lymfoom cellen zijn: trisomie 12, afwijkingen aan chromosoom 13q en de deleties op chromosomen 11q en 17p (op de locatie van tumorsupressorgen p53).
Expressie van ZAP-70 (een adhesie eiwit)
De deleties en de expressie van ZAP-70 geven een slechte prognose (anno 2007)

In de terminale fase converteren 5% van de patienten in een aggressieve variant van het NHL (het Richter syndroom)

Soorten:
Klassieke CLL - zie de beschrijving hierboven

Prolymfocytische leukemie - de leukemische cellen zijn groter dan bij de klassieke CLL. Ze zijn immatuur en hebben een grote nucleolus. De cellen zijn meestal B-cellen, brengen veel Ig's tot expressie en zijn CD5-. Soms zijn ze van T-cel aard, waarbij chromoom 11 veranderingen en veranderingen van het ATM gen voor komen. Patienten hebben meestal een grote milt en er zijn veel leukemische cellen. Ze reageren niet goed op conventionele CLL therapie. Men moet agressieve therapie toepassen

Smoldering CLL - dit zijn patienten met CLL in een vrieg stadium, waarbij jaren lang geen progressie optreedt. Meestal is de levensduur hierdoor ook niet verkort. De verdubbelingstijd van de lymfocyten is hierbij langer dan 12 maanden.

T-cel CLL - komt bij 3% van de gevallen voor. de CLL zit meestal in de huid. Slechte reactie op therapie. De CLL cellen stammen meestal af van CD3+, CD4+ en CD8- T-cellen. Er bestaat ook een (CD8+) indolente variant die waarschijnlijk van een immature NK cel afkomstig is. Er bestaat een verband tussen het ontstaan van T-cel CLL en HTLV-1 infecties.

DD:
Lymfocytaire lymfomen: lijken cytologisch op B-CLL, maar er is geen infiltratie

Terug naar EncyMed <<